Ik weet niet hoelang dit verhaal gaat worden. Het is mogelijk dat mijn vingers het typen niet lang vol zullen houden en er voortijdig mee zullen moeten stoppen. Dit vanwege het feit wij ons in Quilotoa bevinden op 3854 meter hoogte en de temperatuur (binnen!) momenteel zo'n 10 graden is. Wat wel heel bijzonder is, is dat we een 'hotelkamer' met open haard hebben en er op dit moment (3-3-2002, 18.00u) een grote pan in het vuur staat waar straks bananen in gekookt gaan worden (achteraf begrepen we dat dit gelukkig niet ons eten zou worden, maar dat van de varkens). Hopelijk geeft mijn thermometer straks als gevolg van het vuur iets hogers aan. Af en toe komt er een vrouwtje binnen om het vuur wat op te stoken; tamelijk luxe dus. We zitten hier in een plaatsje dat zijn bestaansrecht ontleent aan een schitterend kratermeer. Er staat een paar stenen huisjes en er zijn twee hotelletjes en that's it. Voor 5 dollar kun je hier een bed met ontbijt en diner krijgen: rijst en ei voor beide maaltijden, meer is hier namelijk niet. Toen we hier vanmiddag aankwamen zijn we de wandeling naar beneden aangegaan. Ongeveer 40 minuten naar beneden en naar mijn gevoel wel 1,5 uur omhoog. Het zal vast en zeker minder geweest zijn, maar op deze hoogte door mul zand naar boven klimmen ('1 naar boven, 2 omlaag') brengt nou eenmaal dit effect teweeg.
De weg naar Quilotoa was erg mooi; alle mensen in traditionele kleding (vrouwen en meisjes in rok met bloesje en een paar sjaals en poncho's omgeslagen en dit geheel afgemaakt met een echte Robin Hood hoed met veer) en de omgeving was ook schitterend. Echt weer iets anders dan wat we tot nu toe gezien hebben. Het lijkt onherbergzaam en ruw, maar ondertussen is het heel gecultiveerd hetgeen een lappendeken-effect oplevert. Verder divers berg- en rotsachtig gebied met langs de weg wat lama's en schapen gevolgd door hun hoeders.
Voordat we in Quilotoa aankwamen, hebben we een nacht doorgebracht in het uiterst ontoeristische Pujili. Een klein stadje met een grote (en bekende) zondagsmarkt waarvan je wel verwacht dat er wat hotelletjes zijn (ook al werd daarover in de LP niets gezegd). Wij kwamen daar op zaterdag om een uur of 4 aan; genoeg tijd om iets te vinden dus. Omdat de mensen hier toch weer een heel ander soort Spaans spreken dan wat we gewend zijn, was het vrij moeilijk om te achterhalen of er uberhaupt iets was. Volgens de helft van de mensen moesten we echt (terug) naar een grotere stad om te overnachten, maar er waren er ook die zeiden dat er 1 residencia zou moeten zijn. Ze wisten ons echter eveneens te verzekeren dat we daar waarschijnlijk niet zouden willen blijven. Toen we het uiteindelijk gevonden hadden, keek men erg raar op toen we door het raam naar binnen keken en aangaven naar binnen te willen. Gelukkig, ze hadden een kamer voor ons. Beetje vreemde lui, allemaal stoned of dronken, maar er waren twee bedden en een warme douche, dus wij waren tevreden. Aangezien er nergens in Pujili een restaurant te vinden is, hebben we ons maar gevuld met wat brood met tomaat en mayonaise en sardientjes uit blik (zo wennen we ook weer sneller aan het reizende leven in tegenstelling tot het luxeleventje op La Vagabunda). De markt in Pujili was erg leuk; om niets te hoeven missen stonden we om 7.00 uur al buiten en toen was het nog errug koud. Veel rondlopen dus! Er waren alleen maar locals, de een nog typischer Indiaans dan de ander. Wat vooral opvalt zijn de vaak dikke en rode/ roodbruine wangen die vooral vrouwen en kinderen hebben (waarschijnlijk omdat zij het meeste en ook het meeste buiten werken). Naast de bekende marktproducten (batterijen, potten, pannen, scharen, messen, groenten, fruit, suikerriet, vies soepachtig eten en andere warme gerechten) zagen we hier ook een heleboel beesten. En dan spreek ik niet alleen over een varkens- schapen-, lama's- en koeienmarkt, maar ook over een uitstalling van allerlei dode beesten die zo gruwelijk mogelijk worden tentoongesteld. Een onthoofd varken dat aan een haak aan de marktkraan hangt met zijn kop op tafel gelegd en een prei of iets dergelijks in zijn bek gestopt. Het is maar wat je fraai vindt. Op een gegeven moment vond ik het wel heel erg stinken. Toen ik om me heen keek, bleek dat in een grote mand een stuk of vier koeienhoofden waren gedropt; allen met huid en haar en dus erg herkenbaar. Dit was te gruwelijk om foto's van te maken; hier hoef je je dus niet op voor te bereiden.
Zo, eens even kijken of ik met mijn versgekochte wollen handschoenen verder kan typen. Wat ben ik blij dat ik die vanmiddag op de markt heb gekocht! - Nou, dat ging dus vrij moeizaam. Daarbij kwam ook nog dat de lokale kids en de vrouwtjes die af en toe in de grote pan met bananen kwamen roeren, onze laptop wel heel interessant vonden. Gevolg: allemaal mensen om je heen die, als je een paar foto's laat zien of wat muziek laat horen alleen maar enthousiaster worden, dichter op je komen zitten en meer willen zien. Die avond ben ik dus niet meer toegekomen aan schrijven! -
De markt in Pujili van boven gezien |

|
Vrouwtjes bij onze open haard |

|
Lama´s bij de kraterrand |

|
Hutje in de omgeving van Quilotoa |

|
Jongetje met masker in Quilotoa |

|
Het kratermeer, minder groen dan in werkelijkheid |

|
|