Guayaquil: zeeniveau, gemiddelde dagtemperatuur 29 graden, af en toe stevige regen, meestal zon, meer dan 1,5 miljoen inwoners (grootste stad van Equador), goed hotel met tv (zodat we weer bekend werden met de lokale muziek), een fijne badkamer en altijd warm water. Een iets luxer hotel dan we gewend zijn van Centraal Amerika, maar we wilden het ontwenningsproces rustig laten verlopen. De zondag dat we hier aankwamen hebben we wat geflaneerd over de boulevard waar een soort legerdemo-en promodag werd gehouden. Het begon te regenen (steeds harder) en het leek erop dat het niet wilde ophouden, hetgeen ook zo bleek te zijn. De rivier was erg mooi, breed en mistig. Ik vond het wel wat weg hebben van Thailand, ook al ben ik daar nog nooit geweest. In korte broek en shirtje hebben we veel plezier beleefd aan het oversteken van de straten. Ook hier hebben ze Bologna-achtige overdekkingen over de stoep zodat je het merendeel droog blijft. Het regende echter zo hard dat ook al renden we bij het oversteken van de straten, we werden toch drijfnat.
Riobamba: 2800 meter hoogte, koud, maar droog. Hotel: 2 USD pp, warm water voor 1 dollar meer, erg basic dus. Het was echter helemaal niet de bedoeling om hierheen te gaan. Het doel was om vanaf Duran (een voorstadje van Guayaquil) een bijzondere treinrit te maken. Helaas bleek de trein niet meer tot Duran te rijden en dus moesten we een station verder zien te komen. Helaas reed de enige bus die de juiste richting opging ons voorbij. Het harde wuiven en rennen bleek niet voldoende te zijn. Na drie uur gewacht te hebben in Duran (in de regen), had ik er genoeg van en kwamen we overeen dat we de eerste bus zouden nemen die een beetje Noordelijk ging, hetgeen naar Riobamba bleek te zijn. Omdat daar weinig te beleven viel, hebben we direct een nieuwe bestemming gekozen: Banos!
Banos: 1800 meter hoogte, gemiddelde dagtemperatuur 20 graden, af en toe regen, af en toe droog en veel bewolking. Mooi, luxe hotel met heel mooi uitzicht twee kanten op. Wat hebben we gedaan in Banos: fietsen en wandelen. Banos is een vrij toeristisch bergplaatsje waar diverse tours worden aangeboden: paardrijden, jungle (met bezoek aan een sjamaan), raften en bergbeklimmen. Het een nog mooier dan het andere, maar het wordt alleen maar moeilijk kiezen en Bas wordt er apathisch van. Dan maar fietsen. We hebben een dramatische afdaling gemaakt van zo'n 50 kilometer. Op een gegeven moment moesten we een tunnel door. Af en toe kwam er tegemoetkomend verkeer, hetgeen eng was, maar ook wel prettig want dan konden we eindelijk weer eens wat zien. Je begrijpt het al, onze verse zaklamp was niet tevreden met het voltage van de batterijen die we erin gestopt hadden. Onderweg hebben we nog een mooie waterval bekeken zodat we er eindelijk weer eens eentje aan ons lijstje kunnen toevoegen. Toen we doornat geregend waren, werd het tijd om terug te gaan. Nee, niet bergop fietsen, maar gewoon met de bus en de fiets op de bus.
Bas voor de waterval bij Rio Verde |

|
Bas en Suus na afloop van de fietstocht bij Banos |

|
|